<

Historie

Historie Blankenberge

Omstreeks 1100 vestigde zich een nederzetting, gelegen tussen de Oostdijk (de huidige Hoogstraat) en de Westdijk (de huidige Weststraat) welke later uit groeide tot Blankenberge.

Historie Blankenberge

Vanaf de 1ste helft van de 18de eeuw de kwamen de eerste ”toeristen„ naar Blankenberge. Dit cliënteel bestond voornamelijk uit Bruggelingen die naar zee kwamen om er een aangename dag te beleven. Van badtoerisme was toen nog geen sprake.

Historie Blankenberge

De helende zeebadcultuur, een fenomeen overgewaaid uit Engeland, vond pas bij het begin van de 19de eeuw ingang aan de Belgische Kust. Het badtoerisme ontwikkelde zich ook in Blankenberge, weliswaar op een bescheide wijze. Vanaf 1838 verschenen de eerste badcabines op het strand. Weinig later werd een houten zeedijk aangelegd die al gauw geplaveid werd. De nieuwbouwprojecten in de binnenstad (hotels, handelszaken en herbergen) stonden in het teken van het toerisme. Uit dezelfde periode dateren de eerste hotels op de zeedijk, evenals de eerste amusementsarchitectuur, waaronder het indrukwekkende Casino Kursaal in Moorse stijl van ingenieur Leon Malecot (1859).

De definitieve doorbraak van Blankenberge als toeristische badstad situeert zich in 1863 met de aansluiting op het spoorwegnet met het binnenland via Brugge. Vanaf dan onderging Blankenberge een heuse metamorfose. De grote toeloop van toeristen leidde tot de bouw van grotere hotels waaronder het Grand Hôtel des Bains et des Familles uit 1864.

Tegen het einde van de 19de eeuw was de zeedijk nagenoeg volledig volgebouwd. Architecturale blikvangers waren het imposante Casino dat in 1886 de deuren opende en uiteraard de gietijzeren Pier uit 1893-94.

Aan de razendsnelle toeristische expansie kwam met de Eerste Wereldoorlog abrupt een einde. Wegens de militair-strategische ligging tussen de havens van Zeebrugge en Oostende bouwden de Duitsers verschillende verdedigingsbatterijen op het grondgebied van Blankenberge. Amper enkele jaren na het einde van de Eerste Wereldoorlog vonden de toeristen al opnieuw hun weg naar het Blankenbergse strand. In de periode tussen de twee wereldoorlogen had de stad opnieuw voldoende geldmiddelen om de vernielde gietijzeren Pier door een betonnen Pier te vervangen (1931-1933) en om op de plaats van het oude Casino uit 1886 een nieuw Casino in art deco te bouwen (1932-1934).

De villa’s en hotels op de zeedijk en de haveninfrastructuur kwamen zwaar gehavend uit de Tweede Wereldoorlog. Het Oosterstaketsel en de vuurtoren werden kort daarop heropgebouwd, net als de villa’s en hotels over de ganse lengte van de zeedijk. Bij de heropbouw ervan, primeerden kwaliteit en degelijkheid boven esthetiek. In een mum van tijd verrezen op de restanten van de vernielde villa’s de eerste hoogbouwappartementen. Deze werden opgetrokken ten behoeve van de toeristen die opnieuw massaal naar Blankenberge afzakten. Voor diezelfde badtoeristen bouwde de stad in 1948 eveneens een modern badencomplex ter hoogte van het Casino, voorzien van douches, toiletten, verkleedruimtes en alle comfort.

Sinds de jaren 1950-1960 zag Blankenberge zijn inwonersaantal telkens in de zomermaanden exponentieel toenemen. Hierop inspelend werden nu ook in de binnenstad hoogbouwappartementen opgetrokken. Andere vormen van verblijfstoerisme zoals campings en de vakantiecentra, die al in het interbellum bestonden, werden toen verder geïntensifieerd. Vlak voor het station werd een V.V.V.-kantoor gebouwd om de vele verblijfstoeristen en dagjesmensen op te vangen.

In tegenstelling tot de jaren 1970-1980, waarin de lokale middenstand in hoofdzaak leefde van het toeristisch seizoen, is Blankenberge sinds het laatste decennium van de 20ste eeuw geëvolueerd naar een bruisende badstad waar voor zowel jong als oud heel het jaar door van alles te beleven is. All-weatherattracties zoals het Sea Life Center en het Serpentarium, de heraanleg van de binnenstad, de invoering van verkeersvrije winkelstraten en de vestiging van diverse winkels en boetieks, een aantrekkelijk en gevarieerd cultuuraanbod en de intensieve samenwerking tussen het stadsbestuur en de lokale middenstand, hebben deze evolutie in de hand gewerkt.